Veelgestelde vragen

Welke klachten ontstaan er bij een lactose-intolerantie?
De onverteerde lactose komt in de dikke darm terecht waar het door de darmflora als substraat wordt gebruikt. Hierbij worden korte ketenvetzuren (acetaat, propionaat en butyraat) geproduceerd evenals gassen, zoals wa-terstof en methaan. Hierdoor kunnen klachten ontstaan zoals buikpijn, krampen, diarree, winderigheid en opgeblazen gevoel.

Hoe wordt de diagnose lactose-intolerantie gesteld?
De meest gebruikte tests om de vertering van lactose te meten zijn de waterstof-ademtest, lactose-tolerantietest en eliminatie-provocatietest.

Waterstof-ademtest
De waterstof-ademtest meet de hoeveelheid waterstof in iemands adem. Normaal gesproken is de hoeveelheid waterstof heel weinig. Als lactose onverteerd in de dikke darm terecht komt wordt het gefermenteerd door de darmflora en worden verschillende gassen, waaronder waterstof, geproduceerd. Het waterstof wordt opgeno-men in de bloedbaan en via de longen uitgeademd. In deze test drinkt men een lactoserijke oplossing, waarna de adem op gezette tijden wordt geanalyseerd op waterstof. Verhoogde waterstofgehaltes kan wijzen op een lactose-intolerantie.

Lactose-tolerantie test
Na een nacht vasten en het bepalen van het nuchter bloedsuiker(glucose)gehalte krijgt men een drank met een bepaalde hoeveelheid lactose (ongeveer 2 g/kg met een maximum van 50 g). Bij een normale vertering van lactose zal er een toename van het glucosegehalte in het bloed te zien zijn. Indien de glucosewaarde niet of zeer weinig toeneemt dan is er sprake van lactose-intolerantie.

Eliminatie-provocatie test
Een lactose-intolerantie kan ook nagegaan worden door het voorschrijven van een lactosevrije voeding (eliminatie). Als de klachten verminderen of verdwijnen is dit een aanwijzing dat er sprake kan zijn van een lactose-intolerantie. Na enige tijd wordt dan opnieuw een hoeveelheid lactose in de voeding geïntroduceerd (provocatie). Bij het terugkomen van de klachten kan men definitief vaststellen dat er sprake is van een lactose-intolerantie.

Hoeveel mensen hebben lactose-intolerantie?
Ongeveer 70 – 80% van de volwassen wereldbevolking beschikt over een lage lactase activiteit en is als gevolg daarvan lactose-intolerant. Echter de prevalentie van lactose-intolerantie varieert in de verschillende etnische bevolkingsgroepen. Zo is de prevalentie 60-100% bij bevolkingsgroepen uit:

- Midden-Oosten en de Mediterranee: Arabieren, Joden, Griekse Cyprioten, Zuid-Italianen
- Azië: Thailanders, Indonesiërs, Chinezen, Koreanen,
- Afrika: Zuid-Nigerianen, Congolezen, Zuid-Afrikanen
- Noord en Zuid Amerika: zwarten, Latino’s, Eskimo’s, Indianen

En de prevalentie ligt tussen de 2 en 30% bij de bevolkingsgroepen uit:
- Noord-Europa
- Centraal-Afrika + Midden-Oosten: de nomadische stammen
- India: Noord-Indiërs

Zijn er steeds meer of minder mensen met een lactose-intolerantie?
Burger et al. (2007) toonden aan dat het gen dat verantwoordelijk is voor de productie van lactase, een recente uitvinding is van de evolutie. Zij zagen dat het gen afwezig was in de skeletten van Noord- en Centraal Europese stammen uit de periode van 5850 tot 5000 voor het begin van onze jaartelling. Vanaf die tijd is men langzamerhand begonnen met kleinschalige veeteelt en is via genetische mutaties het lactase gen ontstaan. Tegenwoordig is het gen bij meer dan 90% van de Noord-Europeanen en in sommige delen van Afrika en het Midden-Oosten aanwezig. Het gen heeft zich dus razend snel verspreid onder de melkdrinkende volkeren. Het lactase gen is een dominant overervende eigenschap, zoals blijkt bij nakomelingen van een ouder met en een ouder zonder het lactase gen. Door het steeds meer en meer verspreiden van verschillende bevolkingsgroepen over heel de wereld is de verwachting dan ook dat de verspreiding van het lactase gen nog verder zal toenemen.

Komt lactose voor in andere soorten melk?
Lactose komt van nature voor in moedermelk en dierlijke melksoorten, zoals koemelk, schapenmelk, geitenmelk en paardenmelk. Dierlijke melksoorten zijn dus op dit vlak geen geschikte vervanger voor koemelk bij lactose-intolerantie.

Kunnen producten met probiotica worden gebruikt door mensen met een lactose-intolerantie?
In een meta-analyse van Levri et al. (2005) bleek dat over het algemeen het gebruik van probiotica in de vorm van supplementen geen verlichting geeft van de symptomen behorend bij lactose-intolerantie. Het toevoegen van probiotica aan ongefermenteerde melk geeft betere resultaten, maar het mee fermenteren is nog veel effec-tiever. Dit laatste kan verklaard worden doordat tijdens het fermenteren de probiotica (en eventueel aanwezige yoghurtbacteriën) een deel van de in de melk (25 – 50%) aanwezige lactose afbreken. Yoghurt met en zonder probiotische stammen doet het beter dan niet-yoghurt gefermenteerde producten met probiotische stammen. Dit is te verklaren door het feit dat de meeste probiotische stammen beter bestand zijn tegen gal en vertering-senzymen in de dunne darm dan de yoghurtbacteriën S. thermophilus en . L. bulgaricus. Hierdoor komt het aanwezig lactase in de probiotische bacteriën minder vrij in de dunne darm dan de lactase van de yoghurtbacteriën. Dus de yoghurtbacteriën breken zowel de lactose in de yoghurt af als de lactose in de dunne darm. Wel is het mogelijk dat de probiotische bacteriën het evenwicht in de dikke darm veranderen in de richting van bacte-riën die wel lactose fermenteren, maar niet omzetten in waterstof, zodat er minder verschijnselen van lactose-intolerantie te zien zijn.

Hoe komt het dat harde kazen geen lactose bevatten?
Dit komt doordat bij het bereiden van de harde kazen de vloeibare wei van de gestremde melk (wrongel) wordt gescheiden en daarmee verdwijnt ongeveer 50% van het oorspronkelijke lactosegehalte uit de melk. De rest van de lactose wordt tijdens de rijping van de kaas zo goed als volledig omgezet in melkzuur. Bij de bereiding van de halfharde, halfzachte en zachte kazen wordt minder wei afgetapt en bevat de kaasmelk meer lactose vergeleken met de kaasmelk van de harde kazen. Bij de rijping van deze kazen wordt meestal niet alle lactose omgezet.

Welke adviezen zijn er voor mensen met een lactose-intolerantie?

Niet meer dan 10 – 12 g lactose per dag gebruiken. Aangezien melk ongeveer 4,5 g lactose bevat per 100 ml, komt dit overeen met een dagelijkse consumptie van een grote beker melk van 250 ml. In een meta-analyse van Savaiano et al. (2006) bleek dat de meeste lactose-intolerante mensen een consumptie van 12 g lactose per dag zonder problemen kan verdragen.

Hoeveel lactose kunnen mensen met een lactose-intolerantie gemiddeld per dag verdragen?
In een meta-analyse van Savaiano et al. (2006) bleek dat de meeste lactose-intolerante mensen een consumptie van 10-12 g lactose per dag zonder problemen kunnen verdragen.

Hoeveel lactose zit er in 1 glas melk of een schaaltje yoghurt?
1 glas melk bevat ongeveer 11 gram lactose. 1 schaaltje yoghurt bevat ongeveer 5 gram lactose.

Wat is koemelkallergie?
Koemelkallergie is een abnormale reactie van het afweersysteem in het lichaam, waarbij specifieke antistoffen tegen bepaalde eiwitten in de koemelk gemaakt worden. Deze reactie komt vooral bij zuigelingen veel voor, onder andere omdat het maagdarmkanaal nog niet helemaal is volgroeid. De eiwitten uit de koemelk worden normaal gesproken in het maagdarmkanaal tot steeds kleinere brokjes afgebroken door enzymen. Alleen hele kleine brokjes kunnen door de darmwand heen in het bloed worden opgenomen, om zo te worden vervoerd naar alle cellen in ons lichaam, waar ze als bouwstenen worden gebruikt.
De darmwand is dus eigenlijk een heel fijne filter. Bij zuigelingen met koemelkallergie zijn de gaatjes in dit ‘filter’ (de darmwand) nog te groot en wordt het koemelkeiwit nog onvolledig afgebroken, waardoor er te grote brokstukken eiwit uit de koemelk doorgelaten worden naar het bloed. Daar komt bij, dat de zuigelingen de koemelkeiwitten in flesvoeding in grote hoeveelheden krijgt aangeboden. Daardoor kan er eerder wat mis gaan.
Het lichaam van mensen met een allergische aanleg herkent deze grote brokstukken als ‘vreemd en ongewenst’ en gaat daartegen specifieke antistoffen vormen. Deze specifieke antistoffen hechten zich in het lichaam onder andere aan speciale cellen: de mestcellen.
Deze mestcellen komen overal in het lichaam voor, vooral in de huid en in de slijmvliezen van de luchtwegen en het maagdarmkanaal. Als de baby doorgaat met koemelk
drinken, hechten deze brokstukken eiwit zich aan de antistoffen op de mestcellen. De mestcellen worden daardoor actief en geven hun inhoud vrij aan de omgeving waardoor de baby klachten krijgt. Bij de meeste zuigelingen is koemelk de grootste boosdoener van allergische klachten. Ook bij peuters, kleuters en zelfs bij oudere kinderen of volwassenen kan koemelkallergie voorkomen.

Is Coeliakie hetzelfde als lactose-intolerantie?
Nee, iemand met coeliakie kan niet tegen gluten. Dat heet ‘glutenintolerant’ en daarom wordt coeliakie ook vaak glutenintolerantie genoemd. Gluten is een eiwit dat voorkomt in tarwe, rogge, gerst, spelt, kamut en in de meeste haver. Het zit ook in producten die van deze granen zijn gemaakt. Denk aan brood, crackers, pizza, pasta, paneermeel, koek, cake en taart. Gluten zit ook verstopt in producten waar je het niet direct in verwacht. Bijvoorbeeld in de ingrediënten van soepen (bindmiddel, vermicelli of vlees), in sauzen, sommige snoepjes, ijssoorten en bier.

Voedsel met gluten zorgt bij mensen met coeliakie voor een beschadiging van het slijmvlies van de dunne darm. Daardoor kan de darm zijn werk niet goed doen.